Groep 1-2

WELKOM BIJ GROEP 1 EN 2

 

Wanneer kinderen 4 jaar zijn komen ze naar de basisschool. In de kleuterklas leggen we de basis voor de verdere basisschooltijd. Hier besteden we veel aandacht aan de taalontwikkeling en de sociale ontwikkeling.

Op onze school hebben wij 2 gemengde kleutergroepen.

Groep 1-2 A van juf Diana en juf Dieke

groep 1-2 B van juf Marjolein en juf Liza

In de kleuterklassen werken we met de methode ‘Kleuterplein’.
Kleuterplein is de nieuwste methode voor groep 1 en 2 van de basisschool. Met deze lesmethode ontdekken en ervaren kleuters de wereld om hen heen. Met Kleuterplein werken we doelgericht aan álle tussendoelen. Kleuterplein is meer dan alleen taal en rekenen. Ook aan motoriek, wereldoriëntatie, muziek, voorbereidend schrijven en sociaal-emotionele ontwikkeling wordt spelenderwijs, maar gericht gewerkt. Kleuterplein biedt daarmee een doorgaande lijn naar de 3 belangrijkste vakken en methodes in groep 3, het aanvankelijk lezen, schrijven en rekenen. En dat is natuurlijk ideaal.

Raai de Kraai komt geregeld de kleutergroepen binnen vliegen. Raai speelt de hoofdrol in de voorleesverhalen die centraal staan binnen de thema’s. Hij zorgt vaak voor een grappige start en afsluiting van een activiteit: een veilig en vertrouwd vriendje van de kleuters. Welkom Raai!

Kleuterplein heeft 16 aantrekkelijke thema’s. Deze thema’s kunnen wij gebruiken op die manier die wij zelf het prettigst vinden. We kunnen bijvoorbeeld aansluiten bij actuele thema’s in de maatschappij, of bij de seizoenen van het jaar, of bij een thema dat leeft in de klas.
In elk thema komen alle ontwikkelingsgebieden en leerdoelen voor kleuters aan bod.

• Taal en lezen: praten en luisteren, verhalen, klanken en letters, krabbelen en schrijven.
• Woordenschat: ongeveer 150 woorden per thema: basis- en uitbreidingswoorden.
• Rekenen: tellen en rekenen, meten en wegen, ruimte en vormen en tijd.
• Motoriek: fijne motoriek en grove motoriek.
• Wereldoriëntatie: drie leerlijnen: ‘Hier ben ik’, ‘Hier wonen wij’ en ‘De wijde wereld’.
• Sociaal-emotionele ontwikkeling: onder andere zelfvertrouwen, samen spelen en werken en weerbaarheid.
• Muziek: muziek beleven, ritme en melodie.

Opbouw van de methode:

Elk thema heeft een vaste opbouw en telt 36 activiteiten, waaronder kern- en keuzeactiviteiten.
Elke activiteit duurt 10 tot 30 minuten. Per activiteit staat steeds één ontwikkelingsgebied centraal. De kleuters voeren de activiteiten alleen, in de grote groep of in groepjes uit.

Om de taalontwikkeling goed te laten verlopen, bieden we taalactiviteiten aan in de grote kring en kleine kring. Ook andere activiteiten worden in kleinere groepjes (de kleine kringen) aangeboden. Zo krijgen de kinderen veel aandacht en komen zij vaak de beurt. Dit is goed voor de taalontwikkeling.

Deze manier van lesgeven vraagt veel zelfstandigheid van de andere leerlingen. Wanneer de leerkracht een lesje geeft in een kleine kring wordt van de andere kinderen verwacht dat zij zelfstandig aan het werk kunnen. Kinderen kunnen dit over het algemeen goed. We stimuleren de kinderen om kleine vragen en/of problemen eerst zelf op te lossen. We geven ze het vertrouwen dat ze het zelf kunnen en het vertrouwen om zelf te gaan proberen. Dit bevordert de zelfstandigheid van de kinderen. Naast de kring ( groot en klein) gebruiken we ook andere werkvormen waarin ook andere vakgebieden aan bod komen. Zo geven we muziekles, werken we met ontwikkelingsmateriaal, komt spel ruim aan bod en gebruiken we veel verschillende creatieve werkvormen.

Kinderen leren de hele dag door, maar onder verschillende omstandigheden en met verschillende materialen. In de kring zijn de activiteiten interactief. Kinderen worden gestimuleerd om met elkaar te praten en mee te denken. Kinderen leren ook door spel in de hoeken en door werken met ontwikkelingsmateriaal. Het spel is belangrijk en kan zich beter ontwikkelen in een rijke, stimulerende leeromgeving. Bouwen met blokken geeft een kind inzicht in groot/klein, hoog/laag, dik/dun etc. En in de huis-of themahoek wordt veel geoefend met de taalvaardigheid. Kinderen leren vooral door te doen. Zij leren veel van elkaar en met elkaar. De leerkracht heeft hierin een belangrijke rol kan van rol variëren van leider, begeleider of deelnemer.

Woordenschat

De methode Kleuterplein werkt thematisch. Werken met thema’s zorgt niet alleen voor een hoge betrokkenheid bij de kinderen, het zorgt ook voor een goed aanbod van woordenschat. In de klassen werken we met woordclusters. Dat zijn groepjes woorden die verband met elkaar hebben. Bijvoorbeeld bij het thema ziek zijn: de pleister, de pillen, de zalf en het verband. Deze woorden staan centraal tijdens dat thema.  De woorden laten we zoveel mogelijk terugkomen in de verschillende activiteiten. Het gaat hier vooral om het ervaren van de woorden: het uitbeelden, voelen, zien, ruiken, maken, etc. De woorden zijn relevant in het thema en zijn uitdagend. Waar mogelijk gebruiken we ‘echte materialen’ en we stimuleren de kleuters om materialen van thuis mee te nemen.  Ouders kunnen de woorden die aan bod komen ook vinden  in de ouderbrief. Deze brief krijgen ouders mee bij de start van een nieuw thema. Ouders kunnen thuis de woorden oefenen.

Sommige kinderen hebben net een stapje extra nodig. Deze kinderen krijgen extra begeleiding van juf Anja in kleine groepjes. Binnen een groepje van 4 of 5 kinderen wordt de stof weer herhaald waardoor de woorden beter blijven “hangen”.
De lesmethode Kleuterplein is officieel erkend als integraal VVE-programma.

Alle kleuters krijgen nadat ze 3 maanden op school zijn een korte taaltoets om de woordenschat te testen. Zo kunnen wij bepalen of een kind in aanmerking komt voor de extra hulp. Jaarlijks maken 20-30 kinderen gebruik van deze hulp.